Goed Bee-zig 2.0

Om te zorgen dat er voor onder andere bijen voldoende voedselaanbod en leefgebied is in het agrarische landschap, kan het inzaaien van bloemstroken uitkomst bieden.

Bijen zijn vooral bekend om de honing die ze produceren. Daarnaast zijn ze zeer belangrijk voor de bestuiving van veel plantensoorten. Ruim 80% van de bestuiving van ons voedsel wordt gedaan door bijen. Wereldwijd zijn er ca. 20.000 bijensoorten bekend, onderverdeeld in solitaire bijen en bijen die in volken leven. Doordat bijen zo belangrijk zijn moet er verantwoord met ze worden omgegaan.

In de land- en tuinbouw zijn bijen belangrijk voor de bestuiving van diverse gewassen zoals fruit, groente en besdragende sierheesters. Zonder bijen zouden dit soort planten nauwelijks bestoven worden waardoor de productie drastisch daalt, met de nodige gevolgen voor de voedselproductie en economie. In een groot aantal teelten waaronder de fruitteelt worden zelfs bijenkasten in de boomgaard geplaatst om daarmee zeker te zijn van voldoende bestuiving en dus ook productie.
Omdat bijen ook op natuurlijke wijze in de land- en tuinbouw voorkomen moet extra voorzichtig worden omgesprongen met bestrijdingsmiddelen welke een effect op bijen kunnen hebben.

Dit heeft ervoor gezorgd dat de afgelopen twee jaar een felle discussie op gang is gekomen omtrent de bijensterfte. Deze wordt gelinkt aan het gebruik van insecticiden op basis van imidacloprid (onder andere Admire). Als gevolg van deze discussie zijn sterke beperkingen opgelegd omtrent het gebruik van dit soort producten, met gevolgen voor zowel professionele gebruikers als particulieren.

In de diverse teelten waarin bijen een belangrijke rol spelen, worden ook middelen gebruikt die bij foutief gebruik de bijen kunnen schaden. Om dit te voorkomen zijn beperkingen op het etiket van dit soort middelen opgenomen. Echter zijn deze beperkingen voor een aantal teelten van dusdanige aard dat deze middelen niet meer toepasbaar zijn. Dit levert ook beperkingen op bij de bestrijding bepaalde insecten in teelten van gewassen die niet bestoven hoeven worden. Een voorbeeld van een gewas waarin bijen voorkomen terwijl deze daar niet noodzakelijk zijn voor bestuiving is de teelt van Prunus laur; dit gewas wordt actief bevlogen door bijen en wespen door afscheiding van een zoete stof door het blad. Middelen op basis van Imidacloprid mogen niet gespoten worden op ‘actief door bijen bezochte gewassen’, en ook niet in percelen met bloeiende onkruiden.

Veelal vinden we in de natuur langs slootkanten en in bermen een gevarieerd aanbod van bloeiende bloemen welke door bijen bevlogen worden. Echter worden deze stroken en sloten een aantal keer per jaar gemaaid waardoor het voedselaanbod voor bijen beperkt wordt, met als gevolg een grotere verspreiding van bijen naar naastgelegen ‘productie’ percelen. Om te zorgen dat er voor bijen voldoende voedselaanbod is in de buurt van teelten waar bijen niet voor bestuiving nodig zijn zou het inzaaien van bloemstroken een uitkomst kunnen bieden. Hiermee wordt het voedselaanbod vergroot waardoor de kans kleiner is dat bijen in gewassen aanwezig zijn waar bespuitingen worden uitgevoerd. Dit om zoveel mogelijk het risico op ‘zieke’ bijen te voorkomen.

Betrokken ondernemer:

  • Kwekerij Rosa Mundo, Meerlo

Betrokken partners:

Doelstelling

De doelstelling is om binnen het project te kijken hoe de nevenwerkingen van gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden door nieuwe beheermethoden van schadelijke insecten in de teelt van boomkwekerijgewassen. Een ander doel is de reductie van insecticiden met 75%. Dit houdt in dat er jaarlijks 2-4 behandelingen minder worden uitgevoerd. Dit komt overeen met een kostenreductie van 300-600 euro per hectare per jaar.

Plan van aanpak

Om de doelstelling te bereiken zullen een aantal stappen doorlopen moeten worden:

  • Deskstudie naar aantrekkelijke gewassen/bloemstroken voor bijen. Selectie van zaadleveranciers en beschikbare mengsels.
  • Deskstudie om strategieën van gewasbeschermingsmiddelen te ontwikkelen met een zo beperkt mogelijk negatief effect op bijen. 
  • Opzet veldproeven aantrekkelijke gewassen. Vergelijking bloemsoorten en bijenbevlieging en vergelijking insectenhotels en de toegevoegde waarde voor bijen. Hierbij wordt middels literatuurstudie en vervolgens middels praktijkproeven gekeken naar: 

    • Welke typen bloemstroken geschikt zijn om in te passen in de boomkwekerijteelten. Daarnaast zullen enkele uit de literatuurstudie geschikt bevonden soorten bloemenstroken gezaaid worden en het effect daarvan op de bijen worden onderzocht. Op een aantal praktijkpercelen zal onderzocht worden wat het effect is van ‘bijenbloemstroken’ op de hoeveelheid en diversiteit van bijen in de kwekerij. Wanneer bijen op deze manier minder belast worden en een beter leefmilieu wordt aangeboden, geeft dit een positieve impuls aan het imago van de boomteelt. 
    • Een andere mogelijkheid voor huisvesting, zoals een insectenhotel of insectenmuur. Dit zijn constructies, vormgegeven door natuurlijke materialen, die onderdak bieden aan insecten. De aanwezigheid en de meerwaarde van natuurlijke vijanden op bedrijven en percelen pleit ervoor om te kijken wat de meerwaarde van insectenhotels kan zijn. Daarbij dienen een aantal aspecten bekeken te worden:

      • Aanwezigheid van natuurlijke vijanden;
      • Welke natuurlijke vijanden wenselijk zijn in de toekomst; 
      • Welk voedsel op bedrijfsniveau en in de nabije natuur aanwezig is voor deze natuurlijke vijanden;
      • Welke omstandigheden, zoals gewasbescherming en andere predatoren een bedreiging vormen voor natuurlijke vijanden.

    • De middelenkeuze, het inzetmoment en spuittechniek: hoe kan het aantal toepassingen worden teruggebracht, welke middelen hebben de voorkeur boven andere middelen en welke spuittechnieken zijn nodig voor een goede werking van middelen.