Conclusie toepassing inhoudsstoffen van brandnetel ter beheersing van bladluis

Welke inhoudsstoffen in brandnetel zijn verantwoordelijk voor het insectwerend effect? Hoe kan een brandnetel duurzaam geteeld en verwerkt worden? Welke soorten brandnetels zijn geschikt en wat is de optimale samenstelling van diverse brandnetelextracten? Deze vragen hebben we gepoogd te beantwoorden

Conclusie:

Getracht wordt om natuurlijke insecticiden te produceren m.b.v. brandnetel plantmateriaal. Van brandnetels (Urtica dioica L./Urtica urens) wordt gesteld dat deze insectenwerende inhoudsstoffen produceren. De wetgeving omtrent gebruik van pesticiden verscherpt waardoor de vraag naar natuurlijke alternatieven stijgt. Hierdoor is het van belang om een potentieel bruikbaar gewas als de brandnetel in de praktijk te testen op dit verwachte insectenwerende vermogen.

Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen of de extracten van verschillend brandnetelplantmateriaal een werend effect laten zien op bladluis. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Welke inhoudsstoffen in brandnetel zijn verantwoordelijk voor het insecten werend effect, hoe kan een brandnetel duurzaam geteeld en verwerkt worden, welke soorten brandnetels zijn geschikt en wat is de optimale samenstelling van diverse brandnetelextracten? Onder werend effect wordt hierin het afdodend en verdrijvend effect op bladluis verstaan. Met samenstelling wordt in dit kader het percentage plantextract t.o.v. water aangeduid.

Om een antwoord te kunnen geven op de bovenstaande onderzoeksvraag zijn in 2016 een viertal experimenten uitgevoerd. Er zijn twee experimenten, een screening en een proef in herhalingen in kas condities, uitgevoerd op de waardplant Photinia × fraseri ‘’Red Robin’’ . De plantextracten zijn in verschillende concentraties (100%, 50%, 25% en 10%) over proefveldjes (n=10 planten) verspoten. Uit de resultaten blijkt dat de concentraties 50% en 25% een veelbelovend effect geven. Uit een vervolgproef met 25% en 50% concentraties blijkt dat 25% een lager aantal bladluizen na behandeling laat zien. Echter zijn geen significante verschillen aangetoond in luizenpopulatie. Er kan op basis van deze resultaten niet gesteld worden dat de behandeling met brandnetelextracten een significante afname in bladluizen met zich mee brengt. In de laboratoriumproeven is gefocust op het effect van lagere concentraties extract (50%, 25%, 12,5% en 5%) op Groene perzikluis. Uit de resultaten van de eerste petrischaalproef blijkt dat alle
behandelingen een significant verschil in luizenpopulatie tonen gedurende de eerste meting. De tweede petrischaalproef laat significante verschillen in luizenpopulatie zien bij de eerste, tweede en derde metingen t.o.v. de onbehandelde objecten. Uit deze laboratoriumproeven, onder geconditioneerde omstandigheden, blijkt dat lagere concentraties (<25%) een gelijkwaardig of gunstiger effect laten zien dan hogere concentraties extract (>50%).

In maart 2017 is in de onderzoekskas van Cultus gelegen op de Brightlands campus te Venlo een vervolgproef uitgevoerd onder de optimale omstandigheden. Hierbij zijn blokjes Photinia planten in de kasgezet bestaande uit 15 planten per blokje. Enkele weken na plaatsing van de planten was er een voldoende hoge aantasting groene perzikluis aanwezig zodat de proef gestart kon worden. Hierin is gekeken naar een mogelijke curatieve werking van de brandnetel extracten (productie 2016) van zowel de kleine- als grote- brandnetel in een dosering van 2,5% en 10% van het spuitvolume (1000L spuitvolume/ha.). De luizen op de gemarkeerde toppen zijn geteld voorafgaand aan de proef, 1, 3 en 7 dagen na toepassing. Na statistische verwerking van de resultaten bleek dat geen van de extracten significant verschilde van de onbehandelde controle waardoor er geen resultaat was van deze curatieve bespuiting.

Half juni is nieuw plantmateriaal van de grote brandnetel aangeleverd bij Brightlabs voor productie van nieuw extract. Ditmaal is alleen naar de grote brandnetel gekeken wegens het feit dat deze gezien opbrengst en teelt het meest perspectiefvol is.
Vervolgens zijn in een praktijkperceel bij Lakei boomkwekerijen in augustus een 4-tal bespuitingen uitgevoerd met brandnetelextract (5 en 10% oplossing) en brandnetelgier (10% oplossing) in 3 herhalingen. De planten zijn een aantal keren waargenomen op luis en mogelijke residu/phytotox. Er zijn geen verschillen tussen de verschillende behandelingen gezien. Ook in de onbehandeld was geen luis waargenomen.

Op 12 oktober wordt in de proefkas van Cultus een laatste proef ingezet op Photinia planten waarin zich al luis bevindt. In deze proef welke in 4-herhalingen uitgevoerd wordt liggen diverse doseringen brandnetelextract om de werking hiervan bij 3 wekelijkse bespuitingen te onderzoeken. Hierbij wordt het aantal luizen nauwkeurig geteld om vast te stellen of brandnetelextracten de ontwikkeling van luis kunnen remmen of stoppen.

Advies:

Voortgang in 2018 met project Bright Tree 2.0 verwerking brandnetel met BTC tevens omvormen naar Cluster.